Ben je door je handicap beperkt in je motorkeus?

'Heb ik ook aan mijn instructeur gevraagd. Die zei dat ik overal op kon rijden, als er maar goede spiegels opzitten. Maar dat is vreemd genoeg niet altijd het geval. Op de oude Transalp van Mark bijvoorbeeld had ik weinig zicht. De spiegels van mijn Suzuki SV650 S zijn beter, maar toch zie ik nog steeds te veel elleboog.

Wat ik ook niet wil is een viercilinder. Ik heb eens gereden op een Diversion, maar die vond ik erg irritant. Ik voel het motorblok niet. 'Loopt ie wel?', dacht ik bij het stoplicht. Ik voelde ook niet goed aan wanneer ik moest schakelen. Een tweecilinder geeft veel meer informatie. Daarmee kan ik gewoon op gevoel schakelen.'

Hoe communiceer je met andere motorrijders?

'Bij de meeste mensen kan ik liplezen. Moeten ze wel even hun helm afzetten. En als ik het dan nog niet goed versta, helpt Mark een handje. Ook als anderen mij niet verstaan.'

'Het voordeel van gebarentaal is dat we onderweg ook nog wat kunnen zeggen. Niet dat we hele gesprekken voeren met die dikke handschoenen aan, maar we kunnen elkaar wel waarschuwen voor dingen als een slecht wegdek of een flitspaal.'

'Communiceren met andere doven is het makkelijkst. Er is zelfs een club voor dove motorrijders. Wilde jongens op Hornets, die graag wheelies maken. Maar dat zoek ik niet echt op. Bovendien zit ik al de hele dag tussen de doven.'

Zou je andere doven willen aanmoedigen te gaan motorrijden?

'Wat ik vooral wil zeggen is dat niemand zich moeten laten óntmoedigen. Doofheid is geen handicap die motorrijden uitsluit. Altijd als ik ergens op de motor kom is de eerste vraag: mag je dat wel? Nou, het mag, het kan en het gaat nog hartstikke goed ook. Dus als iemand wil, moet hij of zij het vooral doen. Het kost wat meer moeite, maar als je gewoon doorzet, dan kun je je handicap overwinnen.'

Tekst: Jan Dirk Onrust

< 3/3