Het grote plannenmaken kon beginnen. 'We wilden graag naar Nepal, maar niet met lege handen aankomen', zegt Eric. 'We hebben er zoveel goede ervaringen opgedaan, dat we graag iets willen teruggeven aan dat mooie land. Zo ontstond het plan voor een sponsorrit. Het werkt heel simpel. Wij rijden en de donateurs geven een bijdrage voor elke afgelegde kilometer. We schatten dat het een rit van 13.000 km wordt. Maar het kan ook 15.000 worden. Of als we het niet halen, misschien maar 8.000. Tot nu (begin november - red.) toe is de stand ruim 30 cent per kilometer. Dus als we het halen, rijden we 4.000 euro bij elkaar. Dat is al heel wat, maar we hopen dat het nog meer wordt.'

Waar gaat het geld naartoe?

'De opbrengst gaat in zijn geheel, zonder tussenkomst van ons, naar de Stichting Oogzorg Himalaya,' zegt Nanette. 'Dat is een Nederlandse organisatie die bewezen heeft structurele hulp te bieden in Nepal. Ze hebben bovendien het CBF-keurmerk voor goede doelen. Dat betekent dat ze op betrouwbare en efficiënte wijze met donatiegelden omgaat.'

Wat doet de stichting precies?

'Sinds 1984 helpt ze bij het bestrijden van oogziekten in Nepal. Blindheid, veroorzaakt door staar, is een groot sociaal-economisch probleem. Veel mensen worden er door uitgeschakeld, terwijl de staar met een operatie vaak goed te genezen is. Het mooie van de hulp is dat het de zelfredzaamheid bevordert. Dat moet motorrijders toch aanspreken. Vroeger voerde de stichting met Nederlandse artsen vooral zelf de operaties uit. Tegenwoordig zijn de twee oogziekenhuizen die ze heeft gefinancierd ook opleidingscentra voor plaatselijke oogartsen en assistenten. Dat vergroot de zelfwerkzaamheid verder, zodat de stichting weer op andere plaatsen hulp kunnen bieden. Een opleidingsplaats voor een oogheelkundig assistent kost 2500 euro. De driejarige opleiding voor een oogarts kost 10.000 euro. Dus met wat extra donateurs kunnen we een arts laten opleiden. Maar we hopen op nog meer.'

Sponsors zoeken

Een tocht naar de Himalaya stelt hoge eisen aan motor, materiaal en kleding. En al helemaal in de winter. Maar een hardwerkende, ongesubsidieerde fortwachter schudt het benodigde materieel niet zomaar uit de mouw. Eric: 'Om de tocht te realiseren, wilden we een aantal bedrijven benaderen voor productsponsoring. Maar wil je voor een sponsor interessant zijn, moet je ook publiciteit kunnen maken. Daarom hebben we eerst Promotor benaderd met het verzoek om enkele artikelen te schrijven.'

Bij Promotor stuitten ze op een probleem waar veel wereldreizigers mee te maken krijgen: het barst van de globetrotters. En allemaal willen ze wel gesponsord worden en 'een stukkie schrijven' over hun avontuurlijke reis. Maar van het grote avontuur is in de verhalen doorgaans opvallend weinig terug te vinden. De meeste blijven steken in een monotone klaagzang over smerige toiletten en slechte wegen.

'Het is vervelend als je na 25 mailtjes en telefoontjes naar een sponsor nog steeds niet weet waar je aan toe bent'

'Wij konden aantonen dat we schrijfervaring hebben', zegt Eric. 'Maar dat we met de reis geld voor blinden in Nepal bijeen wilden brengen, gaf de doorslag. Misschien ook omdat de hoofdredacteur zo goed weet hoe ernstig die handicap is. Zijn dochtertje is namelijk ook blind.'

Ze maakten de afspraak twee verhalen te leveren, die in de volgende twee nummers van Promotor zullen verschijnen. 'Met de verhalen voor Promotor op zak, ging het balletje rollen. Nou konden op bedrijven afstappen om gratis producten te leveren. We hebben een verlanglijst gemaakt en zijn toen gaan bellen en schrijven. Maar ook bij de bedrijven merk je dat ze in eerste instantie onder het bureau duiken als je zegt dat je sponsoring zoekt voor een grote reis. Je bent de zoveelste die dat vraagt. Maar als blijkt dat je een duidelijk plan en vooral een goed doel hebt, zijn ze vaak toch bereid mee te werken. Een aantal mensen was echt heel hulpvaardig en enthousiast. Ze kwamen zelfs met allerlei goede tips en suggesties. Echt super. Van weer anderen krijg je niets gedaan. Dat mag natuurlijk ook. Maar het is wel vervelend als je na 25 mailtjes en telefoontjes nog steeds niet weet waar je aan toe bent. Dat hebben we ook meegemaakt. Het meest opvallend vonden we dat er een bedrijf was dat graag wilden helpen, maar op voorwaarde dat we de naam níet noemen. Ze wilden niet overspoeld worden met sponsorverzoeken.'

Betekent het dat ze de namen van anderen wel noemen? Dat we steeds te horen krijgen hoe goed de Touratech koffers van Bert Duursma zijn? Dat de Caberg-helmen zo lekker zitten? En dat de kleding van Hein Gericke zo warm en comfortabel is? 'Nee, die verplichting hebben niet. Als het er dingen tegenvallen of kapot gaan, noemen we dat gewoon. Maar als het allemaal goed gaat, zeggen we het ook.'

< 2/3 >