De moderne motorrijder is een beschaafd en georganiseerd mens. Hij heeft altijd een Bonuskaart op zak, voor vertrek strijkt hij een mooie vouw in zijn motorbroek en de grootste vraag die hem bezighoudt is: waar blijft toch de caravan voor motorrijders? Maar zelden nog zit hij automobilisten met een ploertendoder achterna.
Ik vind dat een zorgwekkende ontwikkeling. Motorrijders horen niet beschaafd te zijn. Dat kunnen we ons niet permitteren in het verkeer. Daarvoor zijn we veel te kwetsbaar. Angstaanjagend, dat is wat we moeten zijn. Dat is de enige manier om agressieve automobilisten in toom te houden. Zo werkt het bij dieren ook. Een kat maakt geen indruk op een hond door beschaafd te zijn. Alleen door zich groot te maken en zijn scherpe nagels in de strijd te gooien, houdt hij de vijand op afstand.
Vroeger voelden motorrijders dat van nature aan. Alles aan ze straalde stoerheid en dreiging uit. Leer, doodshoofden, ongeschoren koppen, tatoeages. Een automobilist wist dat hij met deze jongens in de buurt niet de ruitensproeier moest aanzetten, want anders lag hij een minuut later languit over de motorkap.
Voor de verkeersveiligheid was het goed dat automobilisten ons zagen als Neanderthalers uit de TBS-kliniek. Zo bleven ze tenminste op grote afstand en gaven ze altijd voorrang. Ook buiten het verkeer stelde men zich dienstbaar op. Op terrassen was je altijd als eerste aan de beurt.
Voorbij die mooie tijd. In het verkeer zijn we geen gevaarlijk stekende wespen meer, maar vette bromvliegen die bij een aanrijding hooguit een lelijke plek veroorzaken. Het ontzag is weg en daarom durven automobilisten ons nu te snijden en aan ons spatbord te kleven.
Het is onze eigen schuld. We hebben onszelf gecastreerd. Neem nou de kleding. Vroeger droegen we uitsluitend gevaarlijk uitziend leer. De boodschap die je hiermee uitzond was: 'Een verkeerd woord of ik sloop je.' Maar wat voor statement geef je af met al die hi-tech all-weather kleding van tegenwoordig? Ik kom niet verder dan: 'Als het spettert, blijf ik toch lekker droog!' Daar krijg je niemand mee op de kast.
Net zo suf is de moderne motorkoffer. Die lijkt precies op de beauty case van je vrouw en dat heb jij dan in drievoud aan je fiets hangen. Nounounou, dat maakt indruk. Automobilisten schieten de berm in, rolluiken gaan naar beneden, want daar komt Henk met de Losse Handjes aangereden - met zijn drie koffers vol lipstick, nagellak en wattenstaafjes.
Maar het minst angstaanjagend is toch wel de motorrijder die een duopassagiere met dezelfde kleding bij zich heeft. Als je dat ziet denk je alleen maar aan gezelligheid en trouw. Niemand zal ook maar een seconde vrezen dat dit duo hem bij het stoplicht uit de auto zal trekken om een verkeersfout recht te zetten.
Noem me een conservatieveling, maar ik vind dit allemaal niet kunnen. We moeten juist van ons afbijten. Breedgeschouderd laten zien en horen dat we er zijn. Terug naar de ouderwetse stoerheid.
'Maar ik bén helemaal niet stoer', hoor ik sommigen al piepen.
Dat weet ik ook wel. Maar als motorrijder moet je niet zijn wat je bent. Je moet juist veel gróter zijn dan jezelf. Maakt niet uit als anderen ons daarom haten. Als ze ons maar vrezen.
Jan Dirk Onrust