Ik reed met een vaartje van 70 toen een oude Saab voor me plotseling stevig afremde. Ik moest nog iets harder remmen om er niet bovenop te duiken. De vrachtwagenchauffeur achter me reageerde alert. Daarom hoef ik dit stukje niet vanuit een verzorgingstehuis te tikken met zo'n aanwijsstokje in mijn mond.
Toen iedereen stilstond, zag ik dat de Saab-rijder een goede reden had om mijn leven op het spel te zetten. Er staken drie eenden over. Moeder voorop, twee bijna volgroeide kinderen waggelden er achteraan. Geamuseerd keken de inzittenden van de auto elkaar aan. Ze waren duidelijk tevreden over de goede daad.
Moeder eend en haar kroost stapten ondertussen onverstoorbaar de andere weghelft op. Daar werden ze met een luide klap geschept door een aanstormende Mondeo. Veren vlogen in het rond. De auto reed zonder vaart te minderen door.
De tevredenheid in de Saab sloeg om in verbijstering.
Samen reden we naar de vluchtstrook aan de overkant om te zien of er nog iets te redden viel. Schuimbekkend van woede stapte de bestuurder - een man van een jaar of 35 met een kruk - uit zijn auto. 'Zag je dat? Wat een hufter. Wat een ongelooflijke hufter!' riep hij. Zijn vriendin bleef met haar hand voor de mond in auto zitten.
De twee jongste eenden waren dood. Moeder lag spartelend op de vluchtstrook met haar kopje op de grond. Uit haar snavel kwam bloed. Ze had een gebroken nek en waarschijnlijk nog veel meer.
'Die kunnen we beter zo snel mogelijk dood maken', zei de Saab-rijder, die toch iets goeds wilde doen.
'Ja, goed idee', zei ik. 'Ga je gang.'
De man begon te twijfelen. 'Maar jij bent een motorrijder', zei hij.
'Wat bedoel je? Dat ik wel gewend ben doodschoppen uit te delen?'
'Nee, nee, nee', zei hij gespannen. 'Maar motorrijders zijn toch stoer en zo? En je hebt van die dikke schoenen aan en ik sandalen, dus dacht ik...'
Ik keek nog eens naar het spartelende dier. Maar het doden van een eend uit medelijden bleef een moeilijk concept. Zeker als je tien jaar de Donald Duck heb gelezen.
'Nee, ik ga niet op haar kop staan', besloot ik.
'Een harde schop geven dan?' suggereerde de dierenvriend.
Nee, ik had geen zin om te voetballen met die eend. Ik kreeg een beter idee. 'Als jij nou gewoon met je auto over het beest rijdt, dan zijn we klaar.'
Ik schoof de eend voor zijn voorwiel en ging achter de auto staan. De man verzamelde moed, gaf gas, maar de eend deed een stapje opzij. 'Je hebt hem gemist!' riep ik. Hij reed hard achteruit en miste de eend nogmaals. Maar hij schampte wel mijn motor. Geschrokken gaf hij een ruk aan het stuur en kwam met de achterkant half op de rijbaan te staan. Nu moest een busje diep in de beugels om een aanrijding te voorkomen.
Bij mij kwam de duistere gedachte op dat mensen met goede bedoelingen veel gevaarlijker kunnen zijn dan de meest botte hufters. De arme eend hield het na wat laatste stuiptrekkingen voor gezien. Wellicht dat ze daarmee nog meer ongelukken heeft voorkomen.
Jan Dirk Onrust