Er is een kleine ramp gebeurd die u minstens een week nachtrust kost. Uw beste vriend, toermaat en motorbloedbroeder heeft zomaar een enorme toefbuffel gekocht waarnaast uw motor verschrompelt tot een pizzabrommer. Tijdens komende tochten zult u als Sancho Panza op zijn ezeltje achter hem aan moeten hobbelen. Vanavond komt ie langs om hem te laten zien. De patser.
'Leuk zeg! Mooi ding, hoor!', zei u vanmiddag nog toen hij belde. Maar u trok er een gezicht bij alsof u een slok accuzuur had gedronken. Wat denkt ie wel niet? Begrijpt hij niet dat vriendschap op gelijkheid is gebaseerd? Ja, natuurlijk begrijpt hij dat. Maar hij denkt zich met deze mokerslag boven u te kunnen plaatsen. Dus wat doet u? U gaat zijn feestvreugde temperen. Heel subtiel, want hij hoeft niet te weten dat u staat te knarsetanden van jaloezie. Dat plezier gunt u hem niet. Zorg er daarom voor dat u de juiste balans tussen neerhalen en - vals - ophemelen vindt.
Vecht om te beginnen de exclusiviteit van de motor aan. Zeg: 'Bij ons op kantoor is ook iemand met zo'n motor. Een jongen van de postkamer.' Zo, die zit. Maak het af door te zeggen dat die jongen - van minstens 48 - nog bij zijn moeder woont en zich daarom heel wat kan permitteren. 2-0.
Zaai twijfel over het motorvermogen. Meer dan 70 pk? Zeg: 'Fantastisch, maar in Nederland heb je er niet veel aan met al die files.' Minder dan 70 pk? Beweer: 'Meer dan genoeg, maar voor de monsterritten met veel bagage toch iets te weinig.'
Sleep er Echte Motorrijders bij. Werkt altijd. 'Échte motorrijders gruwen natuurlijk van ABS, maar het is best wel handig, hoor. Als je niet zoveel ervaring hebt.'
Of het waar is doet niet ter zake. Als u uw vriend ermee in de hoek krijgt, is het geslaagd.
Verzin een superaanbieding: 'Was ie 15.000? Oh, ik zag er laatst een staan voor 12.500, een demo met weinig kilometers.'
En als hij toch een voordelige demo te pakken heeft gekregen, zegt u bezorgd: 'Demo? Zo noemen ze ook een motor die ze in de verhuur hebben gehad. Jan en allemaal hebben erop gereden. Ieder zijn smaak, maar je wilt toch ook geen vriendin die in de verhuur heeft gezeten?'
Haal minpuntjes uit een test aan: 'Volgens de test is het stuur in snelle bochten onrustig.' Voeg er met een vroom gezicht aan toe: 'Maar wat zegt zo'n test nou eigenlijk? Die jongens doen natuurlijk dingen met die motorfietsen waar jij nooit aan toe komt.'
Toon als klap op de vuurpijl medelijden. Dat is de overtreffende trap van minachting en u lijkt er nog fatsoenlijk door ook. Zeg bijvoorbeeld: 'Ik heb echt met je te doen, jongen, dat je met zo'n prachtige motor in zo'n slechte buurt zit. Ik zou geen oog meer dicht doen.'
Zo is het wel genoeg. Uw motormaat moet niet gaan denken dat u een kinderachtige etter bent. Het gaat er tenslotte om dat u de vriendschap redt door hem met beide benen op de grond te zetten, nietwaar?
En nou maar hopen dat zijn toerbuffel snel wordt gejat.
Jan Dirk Onrust