Onder de plak

Met de mannen van de Booswichtenclub ben ik een paar dagen naar Frankrijk geweest. Onze vrouwen mochten niet mee. Dit omdat we een stelletje vuile seksisten zijn. Althans, deze ene week dan. De rest van het jaar zijn we gehoorzaam en hebben we thuis niet veel in te brengen. Dat is nu eenmaal het lot van een booswicht: ooit trad je in het huwelijk met een motormeid, maar rond je veertigste merk je dat je eigenlijk met je moeder bent getrouwd.

Het beviel de vrouwen maar matig dat ze niet mee mochten: 'Wat hebben jullie daar nou eigenlijk gedaan behalve motorrijden?' vroegen ze. Het antwoord was natuurlijk dat we met een onderbroek op ons hoofd naar het café zijn gegaan, daar op tafel sprongen en het bekende V-twin-dansje maakten terwijl we 'hobba hobbahop' riepen.

Maar dat wilde er maar niet in bij de dames, ook al hielden we stug vol dat dit een bekende traditie is onder motorrijders. Dus ze bleven maar vragen en vragen. Ze voerden de druk zo hoog op dat een van de jongens doorsloeg. Alles kwam uit. Dat we sigaren hadden gerookt. Dat we de hele dag liepen te boeren en te winden. Dat we laat waren opgestaan. Dat we de trouwring hadden afgedaan. Dat we vet hadden gegeten. Dat we ons negatief hadden uitgelaten over minderheden. Dat we in een club met dansende blote meisjes waren geweest. Dat we geen schone sokken hadden aangetrokken. Dat we hadden gedronken. Dat we met andere vrouwen hadden gesproken. Kortom, dat we weer even man waren geweest. Dat we hadden genoten van de vrijheid.

Onze vrouwen waren natuurlijk pisnijdig. Vijftien jaar van heropvoeding leek helemaal voor niets te zijn geweest. Dat konden ze niet ongestraft voorbij laten gaan, dat moesten we toch wel begrijpen.

Allemaal kregen we er in meer of mindere mate van langs. Het slechtst pakte het uit voor mijn goede vriend Marco. Zijn vrouw Hetty was vastbesloten hem al zijn vrijheid en individualiteit te ontnemen: ze wilde voortaan mee op reis. Ze zou bovendien precies hetzelfde motorpak kopen als hij. Zo zou iedereen duidelijk kunnen zien dat het mannetje bij haar hoorde en dus volledig onder controle stond. Dat zou andere vrouwen op afstand houden.

Maar het ergste was dat ze dreigde een intercomsysteem aan te schaffen. Daarmee kon ze de hele reis in zijn oor tetteren: 'Rijd je niet te hard? Moet je niet tanken? Moest je hier niet afslaan? Gaat dit wel goed? Was dat een flitspaal? Volgens mij is de weg glad.'

Door haar man kilometer na kilometer aan het twijfelen te brengen, zou zij hem veranderen in een onzeker wrak, dat niets meer durfde en overal problemen zou zien. Een stumper zou het worden, met een diep wantrouwen in de mensheid en grote angst voor autoriteiten. Een Haagse ambtenaar dus, het tegendeel en de natuurlijke vijand van de booswicht.

Zo bezien heb ik nog geluk gehad. Ik mag van mijn vrouw drie weken niet de stoep af met mijn motor. Dat is alles.

Jan Dirk Onrust