Mannenromantiek

Samen hartje winter in een leeg restaurant eten aan de stormachtige Bretonse kust. Op een zomeravond met elkaar door een Zweeds bos rijden en daar een hert met jongen tegenkomen. Of in een bergcafetaria bij het Noorse Narvik kijken hoe het licht van de laagstaande noorderzon over de zee en de blauwe bergen strijkt, terwijl op de achtergrond 'Fly me to the moon' van Frank Sinatra klinkt. Ja, mijn leven lijkt op een aaneenschakeling van romantische momenten. Op één klein detail na. Al die momenten beleefde ik niet met mijn vrouw, maar met een kalende motormaat van 42.

Vorige zomer heb ik waarschijnlijk nog meer nachten in één kamer geslapen met hem dan met mijn vrouw. Verzachtende omstandigheid is dat zij voor haar werk minstens zo vaak op reis als ik. En dat ze me met grote regelmaat naar de bank schopt, omdat ik soms een beetje schijn te snurken. Maar toch: bij elkaar opgeteld hebben mijn maat en ik meer dan een maand allerlei kleine hotelkamertjes en campinghuisjes gedeeld.

Slapen met een motormaat in één kamer - soms zelfs in één bed - is voor sommige motorrijders de grootst droombare nachtmerrie. Tijdens groepsreizen brengt niets dan ook meer commotie teweeg dan een per ongeluk dubbel geboekte kamer. Het vooruitzicht bekneld te raken in de achterkant van een overstekende koe vindt een motorrijder minder beklemmend dan een slaapdronken maat die midden in de nacht zijn arm om hem heen slaat en 'kom eens bij me, Beppie' in zijn oor fluistert. Tot dat soort bange mannen horen wij ook. Maar we zijn ook wel weer praktisch. Wanneer je slaapt weet je toch niet waar je bent en naast wie je slaapt, nietwaar? En als er een paar tientjes zijn te besparen, delen we de kamer desnoods met een boa constrictor.

Maar reizen met mijn maat heeft ook voordelen. Als we zonder de vrouwen op pad zijn, kunnen we eindelijk eens die akelige winkelstraatjes, kleffe terrasjes en antiekmarkten overslaan. Bij het passeren van een antiekzaak pleegt mijn maat zelfs vrolijk de middelvinger op te steken. 'Woehaa! We kunnen doorrijden!' roept hij dan uit. Maar we gooien natuurlijk wel de ankers uit als we zaken tegenkomen van échte cultuurhistorische waarde. Dus bij een straaljagertentoonstelling, het motormuseum en de autosloperij.

Reizen met mijn motormaat betekent ook dat we per dag meer losgeslagen raken. Hotelkamers toveren we om in een zwijnenstal. We zitten tot sluitingstijd in de plaatselijk kroeg. We missen alle ontbijten en hebben de grootste moeite voor twaalf uur uit te checken. Het avondeten halen we uit het tankstation en de minibar. En als de een op het toilet zit, pist de ander in de wasbak. We veranderen langzamerhand in varkens en we beginnen ook zo te ruiken. Maar zitten er ook nog nadelen aan een mannenreis?

Eh, ja. Na wekenlang rebelleren tegen hun gezag beginnen we onze vrouwen vreselijk te missen. We overwegen wel eens de pijn te verzachten met een plaatselijke dame. Maar met zo'n wildvreemde juffrouw naar een antiekzaak gaan, is toch niet hetzelfde. Dus zit er niet anders op dan ons verzet te staken, zo snel mogelijk huiswaarts te keren en ons over te geven.

Jan Dirk Onrust