Toeristische taal

Voordat ik een toertocht maak, lees ik altijd zoveel mogelijk over de steden of streken die ik wil bezoeken. Hoewel die informatie meestal van belanghebbenden of van journalistieke slijmballen afkomstig is, krijg je toch een aardig idee van wat je te wachten staat. Maar dan moet je wel tussen de regels door lezen, want zelfs de meest naargeestige slaapstad kan op een vleiende beschrijving rekenen.

Een gemeente zal nooit zeggen: 'Onze stad is eigenlijk zwaar kut. Tenzij u van monotone nieuwbouw, bedrijfsterreinen en een sfeerloos centrum houdt. Wij raden u aan er met een grote boog omheen te rijden of voldoende antidepressiva mee te nemen.'

Ze schrijven eerder zoiets als: 'Zoetermeer heeft vele gezichten. Een grote variatie in bouwtrant maakt de stad avontuurlijk en opwindend. Geen wijk lijkt op de andere.' Of: 'Brussel is in relatief korte tijd uitgegroeid tot een stad vol verrassende tegenstellingen.'

Een stad van 'tegenstellingen' of 'veel gezichten' betekent dus dat de bezienswaardigheden op één hand zijn te tellen en dat de rest bestaat uit haastig neergezette nieuwbouw. In minder welvarende landen komt het er meestal op neer dat het historische centrum ligt ingeklemd tussen de krottenwijken.

De termen 'dynamisch' en 'een stad in beweging' kom je ook vaak tegen. Het zijn eufemismes voor steden met veel vrachtwagens, files, hijskranen en eeuwig opgebroken wegen. Zie hier maar eens een gezellige ansichtkaart te vinden om naar huis te sturen.

Plaatsen die allesbehalve in beweging zijn, noemen de toeristische schrijvers vaak: 'Een stadje waar de tijd stil is blijven staan.' Dat kunnen heel pittoreske plaatsjes zijn, maar ook het meest achterlijke gehucht krijgt tegenwoordig zo'n omschrijving.

Wanneer het écht om een achterlijk gebied gaat, heeft de journalist het steevast over 'trotse bewoners'. Dat is toeristische taal voor mensen met een minderwaardigheidscomplex en bijbehorende lange tenen. Eén verkeerd woord en het wordt knokken in de dorpskroeg.

Een ander veelgebruikt lokkertje is de vergelijking met een wereldstad. Over de hele aardbol zijn tientallen plaatsen te vinden die zichzelf het Parijs of Venetië van het Noorden/Oosten/Zuiden/Westen noemen. Maar zolang Venetië zichzelf niet het Giethoorn van het Zuiden noemt, betekent dat hooguit dat er veel sloten en lantaarnpalen zijn.

Nog meer duidelijkheid krijg je als een stad het opneemt tegen een negatief imago: 'Den Helder, helemaal zo gek nog niet!' vond ik op de website van de VVV Noord-Holland. Bedankt voor de waarschuwing, denk je dan.

Een negatief imago lijkt me trouwens beter dan het dertien-in-een-dozijn imago waar de meeste steden en streken naar lijken te streven. Toen ik in een Lonely Planet las dat de Russische stad Nikkel 'een buitenwijk van de hel' is en 'de lelijkste stad ter wereld', werd ik zo nieuwsgierig dat ik er de vorige maand ben geweest. Op dat idee was ik nou nooit gekomen als ik had gelezen dat het 'een dynamische stad met vele gezichten' was.

Jan Dirk Onrust