De voetzwaai

Ik ben een zwaaier. Motorrijders, wielrenners, motorscooters, auto's met één brandende koplamp. Het maakt me niet. Op een drukke zondag zwaai ik meer dan de paus.

Ik vind het wel aardig, dat kleine gebaar van wellevendheid. Het suggereert dat motorrijders een groot geheimzinnig onderling verbond hebben gesloten. Dat is altijd handig om opdringerige automobilisten op een afstand te houden. 'Oppassen', voel je de spatbordklever denken nadat je bent toegezwaaid door een groepje tegemoetkomende motorrijders. 'Die kennen elkaar. Als ik iets verkeerds doe, krijg ik ze allemaal achter me aan.'

Mijn irritant rijdende buurman maak ik graag wijs dat we dat dan ook regelmatig doen.
'Lekker gereden vandaag?' vraagt hij wel eens.
'Ja, heerlijk. Drie GTI-rijders uit hun auto gesleurd en afgetuigd.'

Om dit soort bendeachtige solidariteit te suggereren, is het wel zaak elkaar zo cool mogelijk te begroeten. Dus niet de Binnenboordse Bovenhandse Padvindersgroet die je wel bij Goldwing-rijders aantreft, maar losjes twee vingers onderhands van het stuur werpen, alsof je as van een sigaret aftikt. Sportmotorrijders beheersen deze groet doorgaans perfect.

Ook heel aardig vind ik de Royale Buitenboordse Bovenhandse: elleboog op schouderhoogte, onderarm in een hoek van 135 graden. Een soort high five dus. Klassiek en krachtig gebaar, als je tenminste niet je arm door de rijwind achterover laat slaan. Daarom vooral geschikt voor cruisers en customrijders, want die rijden toch niet zo hard.

Alternatief voor dezelfde categorie is de nonchalante uitvoering van de soldatengroet, die Bill Clinton zo meesterlijk beheerste. Dus een vlakke hand horizontaal tegen het voorhoofd zetten, even laten plakken en links naar voren weg laten vallen. Valt niet mee om de nonchalance er bij 120 km/h in te houden. Maar als het lukt, is het een prachtig gebaar. Werd me deze zomer enkele keren toegeworpen door wat Zweedse zware jongens. Is in Nederland erg zeldzaam.

Ook vrijwel nooit in Nederland gesignaleerd: de Franse voetzwaai. Briljant gebaar. Dit is namelijk dé oplossing voor een bekend zwaaiprobleem: hoe groet je iemand die je inhaalt? De linkerarm valt bij een inhaalmanoeuvre tenslotte buiten zijn blikveld.

Franse motorrijders lossen dit op met een zwaai van de rechtervoet. Ook hier is het weer zaak het zo cool mogelijk te doen. Maar daarvoor is wel enige oefening vereist, ontdekte ik toen ik iets te hard reed op een motor met kuip. De rijwind buiten de kuip was zo groot, dat ik plotseling bijna achterstevoren - als een soort Dik Trom - op mijn motor zat.

Het moet er allerminst koelbloedig hebben uitgezien, maar mistte zijn intimiderende uitwerking op een mee scheurende Jaguar niet. 'Oh God, er zit een krankzinnige op die motor', moet de bestuurder hebben gedacht. 'Laat ik maar even vér uit de buurt blijven.'

Jan Dirk Onrust