boer zoekt struikIets over vallen en weder opstaan (2)

Men zegt wel eens dat het verstand met de jaren komt en dat men dan rustiger wordt, maar eigenlijk was ik met het verliezen der haren alleen maar harder gaan rijden.

De aangepaste mens (hij of zij die mentaal gekneed is naar de steeds opdringeriger grote gemene deler, zoals de overheid deze in zijn regelzucht in de vorm van verkeersdrempels en zo materialiseert) zal nu roepen, dit gedrag hoort niet op de openbare weg, maar op een racecircuit. Kan zijn, maar een wijs en kaal man schreef onlangs in een motorblaadje: ‘Racen is tegelijk het spannendste en het saaiste wat je kunt doen.’ Deze saaiheid verdwijnt op de openbare weg. Vandaar.

Een zondagochtend, enkele zomers geleden, heeft mij in zekere zin bevrijd. Mijn gade spoorde mij aan de sponde te verlaten, teneinde voor aanvang van de zondagsrijdersdrukte mijn motorrijbehoeften te bevredigen. Zulks geschiedde dan ook. Echter, na een rit van ongeveer vijf minuten, vond mijn motorfiets zijn Waterloo in de tuin van een boerenbedrijf. De betreffende tuin was voorzien van een ouderwets degelijk hekwerk, geschraagd met diep geheide stevige houten palen. Daarnaast bevond zich een zeer fors ontwikkelde rozenbottelhaag. Althans, voordat de ongelukkige schuiver plaatsvond.

De toedracht mijner valpartij was eenvoudig; het achterwiel verloor zijn grip. Hierdoor stortten zowel mijn motorfiets als ik ter aarde. Samen gleden we voort, waarbij we de kromming in de weg ongewild verlieten en minstens zo ongewild op de boerderij afstuiterden. De motorfiets ging voorop en verwijderde een flink stuk tuin. Ik volgde op korte afstand en eindigde op de vers ontgonnen plek, waar zojuist nog een rozenbottelhaag had gestaan.

Roerend in een kopje koffie werd met de zaak met de eenvoudige boerenfamilie geëvalueerd. Daarbij deden ook omwonenden en passanten een duit in het zakje, wat mij op dat moment enigszins stoorde. Men had, zo zei men, mij niet zozeer in de eigen tuin, maar meer in de tuin van de buren verwacht. Dat was de plek waar brokkenpiloten daargaans schenen te landen. Wij spraken onze verwondering hierover uit en ik verontschuldigde mij voor de overlast.

(hoe dit eindigde)