ducIets over vallen en weder opstaan (3)

Ik bezag het resultaat van wat eigenlijk een onschuldige schuiver had kunnen zijn in eerste instantie als vette pech. Na het opnemen van de dramatische schade en enige weken van contemplatie, groeide het gevoel dat hier eerder sprake was van vet geluk. Geluk namelijk dat de motorfiets mij voor was gegaan in ons kortstondige hoveniersproject.

De gehele affaire veroorzaakte een omslag in mijn denken: de snelheid moest eruit! Dit was het moment om een stilletjes gekoesterde wens te realiseren: het lekker meesukkelen met het zondagmiddagverkeer op een oude plof, desnoods samen met geestverwanten. Bijvoorbeeld op een jaren zestig BMW. Eventueel met zijspan.

Anderzijds stond er wel een waanzinnig motorblok in de schuur. Met mooie wielen en nog veel meer herbruikbaar moois. Het bouwen van een ‘special’, waarbij men niet verplicht is peperdure originele onderdelen te gebruiken, lokte mij in ernstige mate. Helaas zou ik daarvoor eerst een cursus moeten volgen om het lasmetier onder de knie te krijgen. Vervolgens zou ik moeten hopen dat het eigen cursusbaksel later in weer zo’n bocht voldoende vertrouwen geeft. Niet dus, dacht ik. Dan toch maar weer origineel opbouwen? Een mega-investering die een zware wissel zou trekken op ons huisgezin.

Zo zat ik maar te wikken en te wegen. Maar waar blijven we nu met ons verhaal van inkeer, inzicht en spijt? Tja, ik ben bang dat de leeftijd nog niet genoeg was gevorderd om de altijd borrelende behoefte aan hard en spannend te overwinnen. Ik was te vroeg gevallen.