Bodensee

Bodensee

Ik pak mijn route op en slinger samen met Rijn door het Zwitserse laagland naar het oosten. De rivier wordt breder en breder en na 25 kilometer groeit hij uit tot de Bodensee – die ongeveer half zo groot is als het IJsselmeer. Opvallende overeenkomst tussen de twee: beide worden voor het overgrote deel gevoed door de Rijn. Maar vandaag krijgt de Bodensee vooral water van boven. In het begin heb ik een paar keer een prettig uitzicht, vooral vanaf Slot Arenenberg, een oud buitenverblijf van Napoleon. Daarna is alles wat ik zie akelig en somber. Maar dat komt door het noodweer. Tenminste, dat hoop ik maar.

Aan de oostkant van de Bodensee herneemt de Rijn zich en trekt hij langs de Oostenrijkse grens zuidwaarts. Hier heeft hij al het karakter van een bergrivier: breed, ondiep met snelstromend grijs water. Even daarna komen bergen die aan beide zijden tot de 2000 m reiken. Het dal ertussen heeft de rivier zelf uitgehouwen toen het nog een gletsjer was.

Liechtenstein

Na Oostenrijk volgt aan de overkant Liechtenstein, waar de Rijn het zelfs tot de titel van het volkslied heeft geschopt: Oben am jungen Rhein. Je kunt het direct meezingen, want het heeft de melodie van God save the queen - net als de vroegere nationale hymnes van Zwitserland en Duitsland.

Tegen beter weten in steek ik in stromende regen de Rijn over om het dwergstaatje te verkennen. Maar dat wordt natuurlijk een troosteloos rondje, waarin ik niet veel meer kan ontdekken dan dat de vorst van Liechtenstein vanuit een intimiderend adelaarsnest op Vaduz uitkijkt. En dat de putdeksels glad zijn en veel mensen een paraplu dragen. Tja. Was ik maar Floortje Dessing, dan kon ik roepen dat ik het helemaal geweldig vond.