Rheinschlucht

Whahaha!

Terug in het hotel is de stamtafel alweer gevuld met vooral Duitse motorrijders. Erg gezellig, maar helaas is mijn woordenschat zo groot als die van een Duitse herder. Om vlot wat terug te zeggen, vul ik al mijn Duitse leemtes maar in met Engels. De Duitsers doen alsof ze het begrijpen, dus hebben we eigenlijk gans geen probleem.

Verstaan gaat me beter af. Totdat een Oostenrijkse motorrijder aanschuift. Grote verhalen natuurlijk weer, maar ik kan er geen touw aan vastknopen. ‘Und dann war er ganz hinuntergefahren und dann hattergesagt: wawawa wiwawaowwowiwiwi!’ 
'Hahahahaha!' buldert de hele groep en ik doe mee. Wat de clou is, ontgaat me. Maar aan de manier waarop het wordt verteld, begrijp ik dat ie is gekomen.
‘Begrijp je eigenlijk wel wat die Oostenrijker zegt?’ vraagt een van de Duitsers me na het zoveelste sterke verhaal. ‘Om eerlijk te zijn: heel weinig,’ antwoord ik.
‘Nou, dat is dan net zoveel als wij! Whahahahahaha!’
Ter verhoging van de feestvreugde vanavond gnocchi met versgeplukte steenzwam. Soeper.

Pirouette

Het gebied van de Rijnbron wordt omgeven door prachtige bergpassen. De St. Gotthardpas, het rondje Furka-, Grimsel-, Sustenpas. En iets verder de Nufenenpas en de Klausenpas. Daarom zie je hier ook zoveel motorrijders. Als het tenminste droog is. Dat is vandaag nog steeds niet het geval. Maar aan het eind van de middag klaart het op en kan ik in elk geval naar de top van de Lukmanierpas, die om de hoek van hotel Alpsu begint. De pas komt niet echt hoog (1914 m) en telt nauwelijks haardspeldbochten of andere hindernissen. Daarom nodigt hij uit tot een stevige aanval, maar dat kun je maar beter vergeten. Voor de top krijgt hij namelijk een betonnen wegdek en de bijbehorende borden die voor slipgevaar waarschuwen. Ik negeer ze en voel ik mijn achterwiel wegschieten als ik door een plas rijd.