Grim

Ik maak een kwart pirouette, die een tegenliggende automobilist bovenop de remmen doet staan. Puur geluk houdt me overeind. Op de terugweg stop ik bij dat punt om te voelen en ga zelfs te voet bijna onderuit.
Maar goed, 's avonds lamsbout en nieuwe sterke verhalen.

Grimmig plaatje

Bij het ontbijt heeft chef Martin goed nieuws. 'Je kunt naar Lai da Tuma! Geen regen meer en vanaf morgen een hele week zon.' Een half uur later ben ik op weg naar wat mijn zwaarste beproefing in jaren zal worden.

Lai da Tuma ligt een kilometer of vier naast de Oberalppas. Er schijnt een onverharde weg naartoe te lopen, maar die staat op geen enkele wegenkaart, zelfs niet in de Grosser Alpenstrassenführer van Denzel. Als ik de afslag heb gevonden, zie ik op een bord de verklaring. Het is militair gebied en verboden voor motorvoertuigen. Het bord geeft ook aan de er vandaag niet wordt geoefend. Dat lijkt me voldoende om het er toch op te wagen. Ik klauter een steil weggetje op en na een paar haarspeldbochten sta ik bovenop een bergkam die hoger ligt dan de Oberalppas. De vallei (2100 m) voor me heeft net genoeg gras voor een kudde koeien, maar de grauwe bergen eromheen met verse sneeuw op de toppen maken er een grimmig plaatje van.

Van de Rijn is niet meer over dan een bergbeek van een metertje of twee bree, maar ze is lawaaiiger dan ooit. Maar waar is dat meertje nou? Ik rij een paar kilometer te ver over het glibberige weggetje en zie pas op de terugweg een wegwijzertje staan. Erachter ligt een steile bergwand. Het zweet breekt me uit.