Op handen en voeten

Hemelsbreed ligt Lai da Tuma slechts 500 m van me vandaan. Maar wel 200 m boven me. Rijden kan ik direct uitsluiten, maar zelfs lopen op de met keien bezaaide helling lijkt geen optie. Met moeite ontdek ik een wandelspoortje dat om de vijf meter gemarkeerd is met een beschilderde kei. Zigzaggend en zoekend naar de volgende markering klauter ik omhoog, soms op handen en voeten. Het zoute zweet prikt in mijn ogen en gutst van mijn neus. Mijn hartslag zit ver in de rode zone. Om de 150 stappen plof ik neer om op adem te komen.

Na een half uur ploeteren kom ik zo bij een waterval van een meter breed. Steunend tegen de rotswand doe ik nog een paar stappen omhoog en dan ben ik er. Op 2343 m wacht Lai da Tuma me ijzig kalm op. Ik neem een paar slokken water uit de eerste meters van de Rijn en kijk om me heen. Het meertje heeft de omvang van twee voetbalvelden en ligt in een kom van bergen. Door de beschutting voel ik geen zuchtje wind. Het lijkt het alsof ik in een stadion ben met lege tribunes van een halve kilometer hoog. Onwerkelijk.

Ik loop een stukje langs de oever en vind de plaquette. 'RHEINQUELLE 1320 km bis zur Mündung' staat erop. Ik ben nog steeds buiten adem, maar mijn doel is bereikt. En dat vier ik met opgeheven armen en het uitstoten van enkele oerkreten.

'Ben je blij, jongen?' klinkt het achter me. Twee oudere Duitse echtparen en een gezin met vier jonge kinderen staan geduldig te wachten tot ik uitgeraast ben. Het blijkt dat ik het makkelijke, bijna horizontale wandelpad heb gemist en de verticale variant heb gekozen. Afijn, kuch,

Dit is een logische plek om aan de Rijnmond herinnert te worden. En tegelijkertijd de meest onwaarschijnlijke.

Tekst en foto's: Jan Dirk Onrust