Een film, een droom
Na San Quintin neemt de Mex1 een aanloop langs de kustlijn om de Desierto Central in te gaan. In El Rosario, het laatste plaatsje voor de woestijn, vullen we de nog lang niet lege tanks tot het randje. Het eerstvolgende tankstation ligt namelijk 320 km verderop. Redt de GS dat wel? Ja, moet makkelijk kunnen. Maar als ik daarna heel erg lekker in de eerste bochten van de woestijn hang, voel ik het dilemma. Of eigenlijk niet. Ik zou wel gek zijn om hier verstandig te gaan rijden. De Desierto Central is namelijk een film, een droom. Een woud van keien en cactussen, sommige zo hoog als een huis, met erachter paarse tafelbergen.
Overal waar je kijkt, ontdek je vreemde rotsformaties, bijzondere planten, spelonken en paden die je de woestijn in willen lokken. Wat van veraf een dooie boel lijkt, blijkt van dichtbij een bron van leven en geheimzinnigheid te zijn. En daar mag je dan met je motor doorheen karren bij een temperatuur van een graad of 25. Onecht. Bij elk bord dat waarschuwt voor een curva peligrosa draai ik het gas nog eens flink open.
Ergens halverwege druppelt de groep binnen bij een cafeetje/autosloperij/ex-tankstation. Omringd door stinkende autoslopers en zwerfhonden tref ik een vervuilde Amerikaan die om een dollar vraagt. Hij is de weg kwijt. Iets meer dan dat zelfs. Hij vertelt over zijn ontmoetingen met Howard Hughes, Bill Gates, Mae West en John Lennon. En over de uitvindingen die hij heeft gedaan. Het buigbare rietje. De hybridemotor. De stofzuiger zonder zak.
'Je had erg rijk kunnen zijn,' zeg ik.
'Absoluut! Maar ik heb nooit het patent kunnen aanvragen.'
'Waarom niet?'
Hij kijkt naar de grond en zucht. 'Omdat ik mijn naam niet weet.'
In de woestijn hoopt hij die op een dag te ontdekken.
Tegen het eind van de middag bereiken alle GS'en het tankstation bij Guerrero Negro. De ervaren jongens hebben rond de 35 mijl over op de countdownteller, de zondagsrijders nog maar een paar mijl. Die hebben op de rechte stukken dus flink gegast om een beetje bij te blijven.
