Whale watching
Aan de Pacific Coast tot aan Alaska toe kunnen toeristen met bootjes walvissen bekijken. Guerrero Negro overtreft ze allemaal. Want hier ligt de Laguna Ojo de Liebre, een ondiepe binnenzee, waar een populatie grijze walvissen al sinds de oerknal paren en paaien. In het voorjaar zwemmen ze naar Alaska, maar nu, in de winter dobberen er duizenden in het extreem zoute water van lagune.
Dat moeten we zien. Voor vijftig dollar de man gaan we met twee motorboten op jacht. Na vijf minuten zien we de eerste walvis uit het water plonsen. Helaas doet hij dat een kilometer van ons vandaan. Maar de gids is geen eco-watje, dus blaast hij onmiddellijk naar de plek waar het beest bovenkwam. Niets meer te zien. We jakkeren op de volgende af. Ook weg. En op de volgende. Zo zigzaggen we een uur lang de hele lagune over. Maar steeds als we dichtbij dreigen te komen, zijn de beesten weg.
‘Misschien moeten we peso's in het water gooien,' zegt een Amerikaan. ‘Misschien moeten we die herriemotor afzetten,' zegt een Achterhoeker.
Even dreigt er een anti-walvisstemming aan boord te ontstaan. Maar dan opeens is het raak. Vlak langs de boot komen een moeder en een kind naar de oppervlakte om te ademen. ‘Hrrrrrrrggghh,' horen we. Nu we zien dat de walvis een stuk groter is dan ons tienpersoonsbootje, keert het respect terug. Niettemin klinkt het verzoek een pepermuntje voor de frisse adem in een walvisbek te werpen.
Duivelsvissen werden ze vroeger door walvisjagers genoemd, omdat ze zich niet bepaald zonder slag of stoot lieten vangen. Maar van toeristen krijgen ze geen slecht humeur. Nadat de eerste zich hebben laten zien, volgen vele anderen.