maan

Als ik na een kilometer of twintig de ruïne van een legerkazerne passeer, kom ik in een maanlandschap terecht. Ik zie niets dan bruine en grijze rotsformaties en puinwaaiers met een beetje mos erop. Aan de horizon verschijnen de rondingen La Bonette. Omdat de omliggende bergen niet ver boven pashoogte uitstijgen, heb ik het idee over het dak van de Alpen te rijden. Op maar weinig passen proef je de weidsheid zo sterk als hier. Ik voel een nauwelijks uit te leggen mengeling van totale ontheemding en gelukzaligheid. Maar je moet hier niet al te veel wegdromen, want de kanten van de weg zijn vlijmscherp en de afgrond is diep.

Italiaanse idioten

De steile lus van de Bonette is gelegd rondom een piramide van puin. Op het hoogste punt van de weg (2802 m) staat een rotsblok met plaquette. Hier kom ik eindelijk een grote groep motorrijders tegen - Italianen van vlak over de grens. Ze doen een rondje Franse Alpen van 500 km.
'Dan moet je wel heel hard rijden,' zeg ik.
'Geen probleem!' luidt het opgewekte antwoord. 'Want we zijn allemaal idioten! Vroemvroemvroem!'
Terwijl enkelen met een wheelie – en vriendin achterop - de daad bij het woord voegen, wandel ik over een griezelig smal paadje naar de top van de Cime (2860 m). Het uitzicht is hier zo vrij, dat ik zelfs de Monte Viso zie liggen, die hier vijftig kilometer vandaan ligt. Maar van de Italiaanse 'idioten' kan ik al geen spoor meer ontdekken.