Mijn handen worden nu echt koud en gevoelloos. Een paar handkappen op het stuur was erg handig geweest, maar gelukkig heb ik elektrische handschoenen meegekregen. Jammer alleen dat ik ze niet op de accu kan aansluiten: het slot van mijn buddyseat wil niet meer open. Bij mijn maat lukt het wel. Maar hij krijgt blauwe tenen in zijn peperdure Daytona’s. Gelukkig maar.

Ik heb een paar Sorel-laarzen aangetrokken waar expedities de Noordpool mee oversteken. Die zijn net voldoende om mijn voeten op temperatuur te houden. Een stormachtige zuidwester wind kromt inmiddels de boomtoppen en dwingt me doorlopend tot kleine evenwichtcorrecties. Het is om doodmoe van te worden. 600 km zes uur rijden? Vergeet het maar in deze kou. Om de 100 km stoppen we bij een tankstation voor warme koffie. Maar gaandeweg gaat de kachel echt uit. Ik zit verstijfd achter het stuur en heb het reactievermogen van een dronken schildpad. Dat is het moment waarop je uitgebreid moet gaan eten.
Mijn maat heeft er minder last van. Hij heeft handkappen, een comfortabele motor - een V-strom - verwarmde handschoenen en een goed Rukka-pak, terwijl ik in een verzameling kledingstukken uit de koopjeshoek rondrijd.

Het gezelligste plaatsje van Normandië

Honderd kilometer voor Honfleur is het al pikkedonker en begint het regenen. Niet veel later zien we op een weg naast de snelweg een strooiwagen met zwaailicht rijden. Auto's rijden niet harder dan 70 km/h. IJsselt het nou? Met af en toe aan voetje aan de vloer om te voelen of het echt glad is, bereiken we laat in de avond het Normandische havenplaatsje, dat nagenoeg is uitgestorven. Mijn handen zijn te koud om de koffers van de retro-Kawa te plukken.

< 2/6 >