fort

Grote hond 

In de eerste versnelling en met heel voorzichtig remmen, rol ik naar beneden. Met de voet aan de grond kruip ik door de bochten en bereik uiteindelijk zonder kleerscheuren het normale pad. Steeds blijkt er toch meer mogelijk te zijn dan ik denk.

Als ik de goede weg weer heb gevonden, wachten de laatste hindernissen. De eerste is een grommende schapenhond, waarvoor borden veelvuldig waarschuwen. De truc is om net zo reageren als bij een aanhouding van de politie. Je stopt en je laat het beest rustig uitrazen. Ondertussen zeg je een paar keer kalm dat het een grote hond is. Daarna loopt ie mopperend weg en kun je verder. Bij een politieagent kan men beter andere complimenten kiezen, maar dit terzijde.

Nadat ik langs de driehonderd bijbehorende schapen ben geslalomd volgt een gemeen stuk oud en gescheurd asfalt, waarop een laagje los zand ligt. Dat rijdt veel lastiger dan een onverhard stuiterpad, want hier kun ik niet doorrammen, maar moet je juist zo voorzichtig mogelijk rijden.  

Het laatste deel van deze oude smalle pas bestaat uit een stuk of dertig geasfalteerde haarspeldbochten. Nu niet boven elkaar, maar achter elkaar. Zonder serieuze vangrails lopen ze langs een gapende afgrond, waardoor ik een gevecht tegen mijn hoogtevrees moet beginnen

Zo weet Tende me tot de laatste kilometers uit te dagen. Voortdurend word je in dit wonderlijke gebied tegen je eigen grenzen aangeduwd. En als je daar overheen komt, vier je de ene kleine overwinning na de andere. Alleen al daarom is deze streek een van de meest belonende van het gehele Alpenruim.