tende

Ik laat mijn blik over de bergen boven Tende glijden. In het schermdonker ontwaar heel hoog een dun stijgend potloodstreepje. Dat moet een weggetje zijn waar ik morgen overheen zal rijden. 'Oeps...', denk ik voor de eerste keer. Ik heb niet alleen hoogtevrees, maar vooral weinig offroad ervaring. Oké, een beetje in Noorwegen en Zweden. Maar de wegen hier zijn van een andere orde. Rotsbodem, losse stenen en keien, diep sporen. 'Schwer verschottert,' noemt mijn Alpenbijbel dat. De moeilijkheidsgraad zou variëren van lastig tot gevaarlijk.

Die Duitsers ook altijd

En dan heb ik natuurlijk ook nog de verkeerde motor. Dat vinden tenminste de drie Duitsers die op het dorpsplein van Tende hun lichte crossmotoren van een trailer trekken: twee Honda's van 125 en 250 cc en een 450 cc KTM. Morgen gaan ze een dag lang over de keien knarren, overmorgen reizen ze terug naar Frankfurt. 'Dit de derde keer dat we dat doen,' zegt verkeerspiloot Gerhard. 'En de tweede keer dat we met deze motoren gaan. Dat rijdt hier beter dan een zware allroad. Dit spul weegt amper honderd kilo. En je moet een paar stevige noppenbanden hebben.'

Naast de kleinste Honda lijkt mijn XT ineens een dikke allroad. En de Metzeler Tourance-banden hebben een stevig profiel, maar geen noppen. En nou gaat die Duitser me natuurlijk ook nog vertellen dat ze allerlei trainingen hebben gevolgd. 'We hebben vanzelfsprekend ook allerlei trainingen gevolgd,' zegt Gerhard. 'Voorbereiding, daar gaat om bij dit soort trajecten.'

Je kunt nu twee dingen denken: ‘Ik heb alles fout gedaan.‘ Of: ‘Dat überserieuze gezanik van Duitsers ook altijd. Allemaal angst, niets van aantrekken.’ Ik kies voor het laatste.