ligurische kamstraat

Op hol geslagen drilboor

Terug bij het beginpunt, kan ik de Ligurische grenskamroute op. Van oorsprong een militair pad uit de zestiende eeuw, waar Mussolini een soort weg van heeft gemaakt. Maar het wordt van alle kanten afgeraden om hier in je eentje te rijden. De weg loopt door onbewoond gebied en pas na 60 km kun je er voor het eerst af. Dus als je halverwege een been breekt, moet je erg lang terughinkelen. Of ga je een koude en eenzame nacht tegemoet - tenzij je een schaap vindt natuurlijk. Maar zelfs mechanische pech kan je in grote problemen brengen. Gehoorzaam als ik ben, zie ik er van af.

Maar een paar kilometer kan vast geen kwaad. Mocht het fout gaan, dan zijn er in het begin genoeg wandelaars en mountainbikers in de buurt. Ik geef gas en rijd naar boven. Vrij snel merk ik dat deze weg van een andere categorie is dan die naar Fort Tabourde. Steil, bochtig en bijzonder pokdalig. Voortdurend moet ik het juiste spoor moet zoeken. Soms kies ik het verkeerde, maar de XT neemt me dat niet kwalijk. Dat geeft me het vertrouwen om wat steviger door te gaan. Zo worden problemen opgelost, voordat ik ze zie. Moeilijkheden blijven uit, maar wild en heftig is het wel. Alsof je met een op hol geslagen drilboor in beton hakt. Stenen spatten weg en klappen soms hard tegen de carterplaat. Na een kleine tien kilometer schokken en schudden vind ik het welletjes. Ik begin mijn bovenbenen te voelen en het is inmiddels knap eenzaam geworden.

De XT heeft het geweld met glans doorstaan, maar mijn bagage niet. De opklapspiegel van een camera blijft hangen, een harde schijf heeft het begeven, mijn voetpomp ligt uit elkaar en schroefjes zijn uit mijn zonnebril getrild. Niet handig van me om mijn rugzak op het bagagerekje te bevestigen. Zo blijft men leren.