Woest en vijandig

Het toeristische Land's End, het westelijkste punt van Engeland, is in meerdere opzichten het keerpunt van de rit. Niet alleen hebben nu eindelijk de wind in de rug, ook het karakter van de kust slaat om. Het is alsof je in enkele kilometers een oversteek van de subtropen naar het hoge noorden maakt. Witgekalkte huisjes maken plaats voor grauw graniet. Weelderige begroeiing wijkt voor een ruige, boomloze vlakte.

Een weergaloze weg (B3306) begint ter hoogte van Cape Cornwall, dat vroeger gold als het meest westelijke deel van het Britse eiland, maar dat was in de tijd dat de meetinstrumenten niet zo zuiver waren. Even na de Cape waan je je op een Schotse of Noorse hoogvlakte, vooral ter hoogte van Zennor Head, waar de weg een hoogte van 200 meter bereikt. Het landschap is hier woest en vijandig, maar o zo mooi. Het eindpunt is de voormalige kunstenaarskolonie St.Ives, tegenwoordig een van de populairste en gezelligste badplaatsjes aan de westkust.

Modderige K100

Na St.Ives blijven de wegen verrassen. Vlak voor het badplaatsje Portreath rijden we door wilde heidevelden, met de zee en diepe afgronden links van ons. Hier komen we voor het eerst in drie dagen een motorrijder tegen. Een Duitser op een modderige K100, volledig bepakt en bezakt. We groeten. Hij niet. Misschien komt hij van John O'Groats, heeft hij 1400 km tegen de wind ingebeukt en dacht hij - net als wij - dat hij de enige motorreiziger in Groot-Brittannië was.

Iets verder naar het noorden ligt Newquay, het Scheveningen van Cornwall. De belangrijkste badplaats heeft veel grote stranden, die door rotspartijen van elkaar zijn gescheiden, hoge surfgolven, veel toeristisch vermaak en veel patat. Het is zeker niet de meest schilderachtige kustplaats - Port Isaac, Boscastle, St.Agnes en St.Ives vinden we fotogenieker - maar zelf nu nog is het redelijk levendig.

 <   1   2   3   4   5   6   7   8   >