zuurkool eten

En zo bereiken we toch nog heelhuids Niedermorschwihr. We zien vakwerkhuizen met pastel- en terracottakleurtjes en houten balkons. Langs de stoepen liggen bijeengeveegde sneeuwhopen. Erachter vinden we Hotel de l’Ange, ons verblijf voor vannacht. De gastheer en –vrouw komen direct naar buiten. ‘We waren een beetje bezorgd vanwege de gladheid,’ zegt monsieur Boxler opgelucht.

Sneeuwvlokken

Het hotel heeft alles waar je op hoopt na een winterse rit van 700 kilometer. Mooie, oude inrichting, gedempt licht, warmte en gezelligheid. Maar bovenal een pot zuurkool, geserveerd op een tafeltje met roodwit geblokt kleed, net als in de reclames voor Gelderse rookworst.

Verse zuurkool uit het vat krijgen we, gekookt met veel witte wijn. Eroverheen een laagje stofvlees en gegratineerde aardappelen. De zuurkool – choucroute, zoals de Fransen in verbasterd Duits zeggen – wordt opgediend in een diep aardewerken potje, want anders gaan die Hollanders prakken, zullen ze in de keuken hebben gedacht.

‘Oeeh, wat lekker,’ zegt Jan. ‘Zo houden we het wel vol de komende dagen.’

Buiten dwarrelen sneeuwvlokjes langs het raam. Naast ons snort de potkachel. Het enige wat ontbreekt is een tv met beelden van een schaatswedstrijd. Maar met een fles Riesling – ook Elzas - en een paar bellen cognac heb je ook een leuke avond.