sneeuwSneeuwkettingen 

We verlaten de wijnroute en rijden bij Wintzenheim de Vogezen op. Op slingerasfalt met hier en daar zelfs een haarspeldbocht klimmen we in enkele kilometers naar een hoogte van 1000 meter. En dan zitten we zomaar middenin winterwonderland met dorpjes als op een kerstkaart, omgeven door donkere dennenbossen.

In de berm ligt een paar decimeter sneeuw, maar het asfalt is schoon. Als we via een zijweggetje nog hoger willen komen, stuiten we op borden die sneeuwkettingen adviseren en daarna op een slagboom.
‘Route non déneigée’, staat er.  
‘Wat betekent dat?’ vraagt Jan.  
sneeuwweg‘Dat verstandige mensen hier omkeren,’ vertaal ik vrij.  
‘Oh,’ zegt Jan terwijl hij zijn motor start. ‘Dat slaat dus niet op ons.’ 

Maar na een kort stukje glibberen moeten we erkennen dat doorrijden geen optie is, ook niet voor malloten. Dan maar weer naar de hoofdweg. Die houden ze weliswaar sneeuwvrij, maar kleddernat is het wegdek wel. De vele bochten nemen we daarom voorzichtig. Maar dat is slechts een klein offer. Er staat tegenover dat we door een landschap rijden dat je eigenlijk nooit ziet vanaf de motor. En dat we alweer trek in zuurkool beginnen te krijgen.