zuurkoolakkersZuurkoolmoe

Een paar kilometer noordelijker ligt Ribeauvillé. Ook een pareltje, maar dan wat groter en veel levendiger. Om niet te zeggen: erg gezellig. Maar wij moeten in Bergheim zijn, daar weer iets boven. In dit vestingstadje dat ooit als Romeins legerkamp begon staat ons hotel waar ze zuurkool serveren. La Cour du Bailli.

Buiten is het een graad of 15. Binnen krijgen we een bord zuurkool en zeven soorten vlees en worst. Met enige jaloezie kijken we naar de biefstuk en zalm van de andere gasten. Met enige verbazing kijken zij naar onze zuurkool.

zuurkoolDe schotel lijkt eigenlijk verdacht veel op de Hollandse stamppot, maar dan zonder stamp. Een zekere zuurkoolmoeheid begint zich bij ons af te tekenen. ‘Heb je morgen nou weer zuurkool op het programma staan?’ vraagt Jan bedrukt.
‘Jazeker,’ zeg ik. ‘We doen de zuurkoolroute, we gaan naar Koning Zuurkool en je mag driemaal raden wat we ’s avonds eten.’
Jan kijkt me lang en glazig aan.

De zuurkoolroute

De derde zuurkooldag verrijken we eerst met een cultuurhistorisch element. De Haute Koenigsbourg, het enige Monument National van de Elzas en de bekendste toeristische attractie van de regio (zie kader).

Behalve de Route de Vin – waaraan het kasteel ligt – heeft de Elzas ook een Route de la Choucroute. Deze loopt door de vlakke Ehnvallei onder Strasbourg. ‘Langs de zuurkoolplantages,’ zoals Jan zegt.

Door omgeploegde, zwarte akkers rijden we van dorp naar dorp, maar hoe we ook zoeken, van de Route de la Choucroute geen spoor. Daarom gaan we naar Blaesheim om Philippe Schadt, de bedenker van de route, om uitleg te vragen. In zijn bomvolle restaurant Chez Philippe geeft hij een plausibele verklaring. ‘De route bestaat niet meer.’