Tandenknarsende Spanjaarden
Sinds mensenheugenis heeft de 443 m hoge rots allerlei volken en veroveraars aangetrokken. Of eigenlijk nog veel eerder, want in een van de vele grotten zijn 140.000 oude resten van Neanderthalers gevonden. Vast staat ook dat Feniciërs, Carthagers en Romeinen hier zijn geweest. Daarna stichten de Iberiërs hier een van hun eerste steden en in 711 kwamen er 7000 Moorse strijders aan land. Nog enkele keren wisselde het schiereiland van eigenaar totdat de Engelsen, met hulp van de Nederlanders, 'de sleutel tot de Middellandse Zee' in 1704 in handen kregen. En al net zolang hoor je de Spanjaarden tandenknarsen.
Vooral sinds de Engelsen de scepter zwaaien heeft Gibraltar allerlei groepen vluchtelingen en gastarbeiders aangetrokken. Castilianen, Andalusiërs, Marokkanen, Maltezers, Menorcanen, Portugezen, Genuanen, Joden: de halve Middellandse Zee is op de kalkrots bijeengekropen. Daartussen lopen Engelse bobbies, oud-kolonialen en soldaten.
In Main Street kom ik alle culturele identiteiten en symbolen naast elkaar tegen. Pubs, tapasbars, synagogen, rode telefooncellen, keppeltjes, djellaba's, palmbomen, Marks & Spencer, Marokkaanse kiosken, Italiaanse schoenwinkels, anglicaanse en katholieke kerken, Spaanse gevels, roodharige sproetenkoppen, donkere señorita's. Gibraltar is te klein om gescheiden van elkaar te leven, dus leeft alles en iedereen naast elkaar. En juist daardoor heeft De Rots het energieke karakter van een metropool. (lees verder)
