2. Voordelige Tweesterren ketens

Nee, niks aan de hand met de ultragoedkope ketens. Behalve dan dat je jezelf er ultragoedkoop van gaat voelen. Bij campings kun je nog beweren dat je gek op kamperen bent, maar in de Formule1 val je definitief door de mand als schraalhans. Voor wie daar moeite mee heeft, is er een aantal keurige hotelketens, die niet zo Aldi zijn, maar ook niet al te duur. Bekende namen zijn Ibis, Kyriad, Campanile en Mercure. Deze hotels hebben niet nul of één ster, zoals de meeste lowbudget hotels, maar twee of meer.

Het voorzieningenniveau ligt dus hoger. Zo laat Ibis weten dat de receptie – doe maar gek - 24 uur per dag wordt bemand. Vaak hebben ze een bar en restaurant, ook al is die niet altijd inpandig. De kamers zijn wat ruimer en bieden meer comfort. Een voorziening als airco tref je in deze klasse regelmatig (maar lang niet altijd!) aan. Ook de ligging van de hotels is vaak wat gunstiger, maar niet zelden vind je ze op deelfde zone commercial als de low budget hotels.

De prijzen zijn uiteraard weer sterk afhankelijk van de locatie, maar met een grote slag om de arm kun je zeggen dat Ibis ongeveer het dubbele van een Formule1 vraagt, dus 50-60 euro per kamer per nacht. Kyriad ligt op vergelijkbaar niveau. De motelachtige Campanile en de tweesterren uitvoering van Mercure zijn beide wat luxer en liggen er tien, twintig euro boven.

Wat vinden we hier nou van?

Ketens als Ibis en Mercure tellen beide meer dan 700 hotels en ook Campanile zie je overal. Dat is niet voor niets. Het zijn prima hotels en ze bieden waar voor je geld. Maar je gaat er vooral voor het gemak en de voorspelbaarheid naartoe. Niet omdat je eens wat anders wilt, of omdat je de couleur locale wilt opsnuiven. Daarvoor zijn ze veel te standaard.

< 4/9 >