
De Col de l'Isèran loopt van Bourg St. Maurice (840 m) naar Lanslebourg (1399 m) en heeft een lengte van 83 km. Maar het interessante deel - de ruige hooggebergte passage - zit tussen de wintersportplaatsen Val d'Isère (1840 m) en Bonneval-sur-Arc (1835 m) en meet 31 km. Dus laten we daar beginnen.
Het oude en tegelijkertijd moderne Val d'Isère is zo chique dat zelfs de eigenaar van het plaatselijke motorhotel meer doet denken aan een dure dameskapper denken dan aan een motorrijder. Aan bijna alle kanten is het mondaine plaatsje ingeklemd door magnifieke bergen. Als je door de hoofdstraat – met gerenoveerd centrum - in oostelijke richting omhoog kijkt, zie je waar je na 10 km rijden op uitkomt. 'Mijn god, wat een hoogte,' denk je dan.
Na Val d'Isère volgt de weg een tijdje de Isère, die hier langs sappige Alpenweiden langzaam omhoog gaat. Wanneer het dal lijkt dood te lopen, steekt de weg de rivier over en klautert hij langs de steile bergwand naar boven. Daarvandaan heb ik het ene na het andere prachtige uitzicht op het skidorpje dat ik achter me liet. Nog een paar koeien kom ik tegen en dat is het gedaan met de lieflijkheid. Kilometers lang rijd ik door kaal gesteente met hier en daar de ornamenten van een oude bergpas: stenen muurtjes aan de bergkant en bij wijze van vangrail grote keien aan de dalkant. Op asfalthoogte zie ik ook nog wat plakjes sneeuw die de felle augustuszon hebben overleefd. Sneeuw! Die ben ik in een hele week passenrijden door de Alpen nog niet tegengekomen.