Een graadje boven nul

Vestvågøy, het op één na grootste eiland van de Lofoten, vormt de volgende verrassing die de E10 schenkt. Anders dan de andere is dit eiland grotendeels vlak en rijd je hier over rechte wegen langs bossen en weilanden met grazende koeien. Een soort Hollands landschap dus en dat op de 68ste breedtegraad, ver boven de poolcirkel. Jan rolt bijna van zijn fiets van verbazing. Hij had hier ijsberen verwacht in plaats van Fries stamboekvee.

Op Vestvågøy vind je eindelijk een paar dorpjes die meer dan een halve pagina in het telefoonboek beslaan. Leknes en Stamsund hebben zelfs een echte supermarkt, een geldautomaat en een beetje industrie. De oude kern van Stamsund oogt heel aardig. Een puntje hoger scoort het vissersdorpje Ballstad met zijn oude traankokerij. Maar Eggum, dat aan de Buiten Lofoten ligt, is onze favoriet. Sfeervol kun het plaatsje niet noemen, daarvoor staan de huizen te ver uit elkaar. Maar de onbeschermde en onbevreesde ligging aan de oceaan maakt veel indruk.

Eggum is bovendien dé plek om de middernachtszon op zijn mooist te zien. Om 12 uur 's nachts staan we er klappertandend van te genieten. De thermometer van mijn Aprilia Caponord geeft aan dat het één graadje boven nul is.

Even voorbij het dorpje ligt aan een onverharde kustweg een soort bezienswaardigheid: een Duits fortje waar in de Tweede Wereldoorlog een van de eerste noordelijke radarinstallaties stond opgesteld.

< 5/8 >