Zware botten
Bedevaartsoorden liggen meestal een gruwelijk eind uit de buurt, want ons deel van Europa is te nuchter voor dat soort zaken. Het Neanderthal is, samen met Tiel, een uitzondering. Je vindt het bij het plaatsje Mettmann, vlak onder het Ruhrgebiet, op maar een uurtje rijden van Venlo.
Met kleding op basis van dierenhuid, een Harley Road King Classic en het bijhorende schijt-aan-alles hoofd koers ik naar Düsseldorf, dat twintig kilometer voor het Neanderthal ligt. Het moderne Düsseldorf zou toonaangevend op het gebied van mode zijn. Oké, niets kan ons minder schelen, maar het is een ideale plaats om je vrouw een dagje te parkeren.
Aan de oostkant van de stad wordt het voor ons interessant. Daar ligt het eerste bochtige en heuvelachtige asfalt. Net als motorrijders waren Neanderthalers gek op heuvels. Dat zou iets te maken hebben gehad met betere jachtkansen. Waarschijnlijker is dat onze holbewoner zich evolutionair aan het voorbereiden was op de komst van de motorfiets. Hiervoor zijn meer aanwijzingen. Hij had bijvoorbeeld een veel dikkere schedel dan wij, waardoor hij de helmplicht later had kunnen ontlopen. Ook zijn dikke, zware botten waren beter berekend op valpartijen.
Grumpff!
Het gebied rond Mettman is te vergelijken met het Groene Hart van Nederland. Landelijk, maar omringd door grote steden en veel industrie. Op doorgaande wegen, vaak geflankeerd door koolzaadvelden, is veel verkeer. Maar ertussen ligt een fijnmazig net van landweggetjes die leiden naar een gehucht of een boerderij. Dat is meestal lekker rijden, maar helaas zijn die wegen lang niet altijd bewegwijzerd of alleen bedoeld voor 'Anleger' - de bewoners.
