Hellisoy FyrHellisøy, Fedje: moet je geweest zijn

Waar: Eiland van 10 km2 en 660 inwoners ten noordwesten van Bergen, Hordaland.  
Route: Ruim 200 km over een rijk van eilanden en schiereilanden. Ik maak drie keer een flinke boottocht en rijd over enkele gigantische hangbruggen. Tot aan Bergen is het heerlijk rijden, daarna volgen honderd tamelijk tamme kilometers. Aan het eind vaar ik in een half uur naar Fedje.

Fedje zou volgens mijn reisgids het favoriete eiland zijn van de happy few van Bergen. En volgens de Britse krant The Observer hoort Fedje tot de vijftien plekken op de wereld waar je eens in je leven geweest moet zijn. Dat schept hoge verwachtingen. Zo hoog dat ik behoorlijk teleurgesteld ben als ik vanaf het schip zie dat het eiland zo plat is als een spiegelei. Maar dat maakt nu even niet uit. Ik heb enorme honger en zit vooral te denken aan de supermarkt die ik ga leegkopen.

Helaas, de enige buurtsuper van het eiland heeft zijn deuren al gesloten. Een tankstation of een snackbar kent Fedje niet, een restaurant zie ik niet. Verder heb ik alle wegen van het eiland in een kwartiertje afgereden. En de vuurtoren, Hellisøy Fyr, blijkt in een verbouwing te zitten en ligt ook nog eens op een onbereikbaar apart eilandje. Ook dat nog. Fedje lijkt me eerder thuishoren op de lijst van vijftien plekken waar je nooit moet komen.

Maar dan vind ik onderdak in een Kraemerholmen, een klein soort Zaanse Schans met alleraardigste houten vissershuisjes. Na veel zoeken, ontdek ik ook nog een soort kantine waar ik wat kan eten. Nog beter wordt het als om negen uur s’avonds een man aanklopt die onder de verf zit, die zich voorstelt als Jostein Husa. Hij is niet alleen schilder, timmerman, hulpkoster, grasmaaier, kok en reisbegeleider, maar ook de plaatselijke VVV-man. Hij lijkt op J.J.Cale en spreekt met een niet te verklaren Italiaans accent.

‘Kom op, iek zal jou die vuurtoren laten zien,’ zegt hij opgewekt. Een kwartier later varen in een motorbootje de volle zee op. ‘Je moet eigenlijk niet schrijven over de vuurtoren,’ zegt Jostein. ‘We kunnen de toeristen nu al niet aan. Veel te weinig personeel hier. Daarom heb ik zes banen, verdorie. Zeg maar tegen je lezers dat ze hier moeten komen om te werken en te wonen.’