tolhokje

Zonder betalen ga ik de weg op. Mijn schuldgevoel hierover maakt na een halve minuut plaats voor opluchting. Met de weg is namelijk niets aan de hand. Geen modderpoel, geen losse keien, maar twee brede harde sporen met een beetje gravel in het midden, af en toe wat hobbelig, meer niet. Met een vaartje van 50 tuf ik de fjell op, waar op een hoogte van 800 meter al nauwelijks meer bomen groeien. Dat zorgt voor de eerste weidse uitzichten over eindeloze, blauwe bergen, waarop hier en daar een plakje sneeuw ligt.

Af en toe passeer ik een huis dat onbewoond lijkt en op de weg zelf is geen levende ziel te bekennen. Geen auto, geen motor, geen fietser, geen politieagent, niemand. Behalve dan 678 schapen die in groepjes langs de weg grazen. Eigenlijk zijn zij de voornaamste snelheidsbegrenzer. Na een kilometer of veertig, kom ik dan toch eindelijk een mens tegen. En een slagboom. 'Waarom heeft u geen tolbonnetje?' vraagt ze kribbig.

Røtsefløtsdinges

Veel vriendelijker zijn ze bij de Rondetunet, dik 100 km verder, een toeristenboerderij waar bambi-hertjes ronddartelen. Hier huur ik een huisje. Beheerders Turid (zij) en Inge (hij) zijn vriendelijke ouwe hippies met veel kunst in huis en kunstenaars over de vloer. Turid blijkt ook nog eens de kookkunst te verstaan, wat vrij zeldzaam is in de Noorse provincie. 'Wat een geweldig lekker pannetje røtsefløtsdinges heb je gemaakt, Turid!' zeg ik enthousiast. 'Ja, er gaat toch niet boven het vlees van onze eigen herten!' antwoordt Turid.