dwars door de huiskamerEen weggetje van niets

Na wat kilometers langs een spiegelend blauw meer met strandjes, vissers en vooral veel insecten, zoek ik lang naar de afslag naar Grådalsbekken. Drie keer rijd ik voorbij een boerenhek voordat ik begrijp dat ik dat moet openmaken om erop te komen. Het blijkt een weggetje van niets te zijn over korte heuvels en langs rotspartijen, met soms gras in het midden en keien in de sporen. Het lijkt alsof het alleen wordt gebruikt door de bewoners van twee eenzame boerderijtjes, waar ik bijna door de huiskamer moet rijden om erlangs te komen. Over amper 20 km doe ik zo ruim een uur. Niet alleen omdat ik hier vrij voorzichtig moet rijden, maar ook omdat ik vaak op de kaart moet kijken.

Maņana, maņana

Aan de zuidpunt van het Femundmeer (60 km lang) vind ik onderdak in de Femundtunet, een hotelletje waar je alleen al voor de receptioniste naartoe zou gaan. Een bruisende blonde Zweedse, die al snel gespreksonderwerp is van mannen onder elkaar. Het hotel mag er ook zijn: sfeervol, direct aan het water, met rendieren die door de tuin en over het strand lopen. Laat in de avond komt er ook nog een dramatische zonsondergang overheen.

Consternatie in de vroege morgen. De ontbijtzaal zit op slot en de leiding van het hotel is verdwenen. Foetsie, kwijt, nergens te vinden. De Duitse gasten komen als eersten in opstand. 'We moeten ons ontbijt hebben! Daar hebben we voor betaald!'