Er wordt aangebeld, getelefoneerd, op deuren geramd en geredeneerd: de ramen zijn dicht, dus is de manager waarschijnlijk niet binnen. Die manager woont hier toch? Maar waar is zijn auto dan? Weet iemand wat voor auto hij heeft?
'Zullen we de politie bellen?' vraagt een bezorgde Zweedse gast.
'Nee, dit is typisch Noors,' zegt een Duitse kenner van de Noorse volksaard. 'Alles op zijn beloop laten. Maņana, maņana. Die komt nog wel.'
En inderdaad, na negenen verschijnt het ongeschoren gezicht van de manager om de hoek van een hotelkamerdeur.
'Sorry, beetje verslapen,' spreekt hij de pruttelende menigte toe. Een gast maakte buiten zijn blikveld de bekende glaasje-op beweging. En dan komt de receptioniste uit dezelfde kamer tevoorschijn. Ook zij verontschuldigt zich.
'Ach, dat geeft toch niets,' zeggen enkele gasten. De mannen kunnen zich nu eigenlijk best wel voorstellen dat de manager wat moeite had om uit het bed te komen.
Grote stofwolken
Voor vandaag heeft onze mooie-wegen man een stuk Zweden op het programma gezet. Het voordeel van goedkoper tanken doe ik geheel teniet door de afslag naar het gehucht Gørdalen niet te vinden. Als dat uiteindelijk toch gebeurt, kom ik om een tamelijk rechte bosweg van 15 km, met in de aanloop een daverend weids uitzicht over het grensgebied. Maar leuker is eigenlijk de 20 km slingerasfalt langs een klaterend kraakhelder riviertje daarna. En dan ben ik alweer terug in Noorwegen, waar ik een heuvel van een kilometer of dertig breed oversteek om bij het wintersportplaatsje Trysil te komen. Voor het eerst kom ik op tweebaans onverhard, waar trucks met boomstammen grote stofwolken veroorzaken.