Mont Ventoux met een Norton Commando

Neil kent zo ongeveer de hele Provence uit zijn hoofd, dus hij kan je naar elke gewenste plaats brengen via de mooiste routes. Op de eerste dag besluiten we, samen met de andere gasten - een Australisch stel - de Mont Ventoux te doen. Op welke motor zal ik rijden? De makkelijkste maar. 'Dat is de Honda 750', zegt Neil. Mwoah. Laten we dan de op één na makkelijkste doen, stel ik voor. Neil zet de Norton Commando 850 voor me neer en dat is voor mij het begin van een moeilijke morgen.
Wat bediening betreft zit alles bij de Norton op dezelfde plaats als bij moderne motoren. Maar dan houden de overeenkomsten op. Hij voelt loodzwaar aan en heeft een hoog zwaartepunt. Dat maakt elke bocht tot een avontuur, vooral in combinatie met het slappe frame, de zware koppeling en de matige remmen. Het is alsof ik op een torpedo zit. In de jaren zeventig riepen de Britten de Commando vijf keer uit tot motorfiets van het jaar. Maar ik vraag me zwetend af wat er nou zo leuk is aan een fiets, die ik niet echt onder controle krijg.
Tom Simpson
We rijden de Lubéron in, een kalkmassief met toppen tot boven de 1000 m. We passeren kleine boom- en wijngaarden en velden met geurige kruiden, waar soms schapen en geiten grazen en waarboven talloze luchtballonnen varen. Eindelijk, na tientallen kilometers ploeteren, merk ik dat ik weer oog voor de omgeving begin te krijgen. Zou het dan toch nog goed komen tussen mij en de Norton?
Voorbij de Lubéron ligt de Mont Ventoux. Je moet wel heer ver uit de buurt zijn om deze volstrekt eenzame, bijna 2 km hoge berg niet te zien. Zoals bijna elke berg in Frankrijk dankt de Mont Ventoux zijn roem aan de Tour de France. Een aankomst op de top is een hel voor de renners, vooral omdat de boomloze top zinderend heet en arm aan zuurstof kan zijn. Dit is dan ook de plek waar een volledig uitgeputte en gedrogeerde Tom Simpson voor het oog van de camera in 1967 stierf. Een monument waarop wielrenners nog altijd hun bidon achterlaten, herrinnert aan de dramatisch gebeurtenis.
