Snelle jongens plagen
Tientallen kleine en grotere groepen motorrijders hebben hun weg naar de Gorges gevonden, onder wie veel zware jongens op breed rubber. Hier blijkt het grote voordeel van een klassieker: Op een oude motor hóef je niet hard te rijden, op een supersportmotor móet je. Vooral als je in de spiegels van je groene of rode racemonster drie oude beestjes onverbiddelijk ziet naderen.
En dat is natuurlijk wat we niet kunnen laten: de snelle jongens een beetje plagen. De Gorges zijn er ideaal voor. Rechte stukken zitten er nauwelijks in, waardoor het meer op bochtentechniek dan op veel vermogen aankomt. En met de techniek zit het wel goed vandaag, want de BSA blijkt erg vergevingsgezind te zijn. De ruimte om fouten corrigeren is mede door de matige remmen ongewoon groot. Dat geeft me zoveel moed dat ik voor mijn doen als een bezetene door de bochten ga. Af en toe jodel ik het uit van opwinding. Vooral als we weer een BMW of een Suzuki passeren. Ahh, wat is dat lekker. De Australiërs maken het helemaal bont. In sommige bochten gaan ze zo plat dat de vonken van de pedalen afspatten. Ik lach me rot als ik het zie. Ik geloof dat ik nog nooit zoveel lol heb gehad op een motorfiets.
Olieplas
Het aardige van de Provence is dat stilstaan bijna net zo leuk is als rijden. Neil wijst ons voortdurend op mooie uitzichtpunten en sleept ons van het ene terras naar het andere, waar we lunchen of koffie drinken. Het meest amusant is daarbij om de reacties van voorbijgangers op de motoren te zien. Je staat verbaasd van de aandacht en liefde die de Engelse beestjes oproepen. Zelfs de oerend lelijke Thunderbolt, die op elke parkeerplaats zwaar olie staat te zeiken, is goed voor veel enthousiasme. 'Kijk, typisch Engels!' lachen de kenners dan terwijl ze naar de olieplas wijzen. Neil trekt zich daar overigens niets van aan. 'Je moet pas echt bezorgd worden als een BSA géén olie lekt!'
