De aanloop van dertig kilometer is tamelijk recht en vlak, maar bij Esterri d'Aneu wordt het rock 'n roll. Hier liggen de eerste tien haarspeldbochten. Prachtig moment om een wedstrijdje te doen. Onderaan de pas kies ik een tegenstander - een blauw autootje - dat al halverwege is en ik storm erop af. Flatsj, flatsj, flatsj. Voor mijn doen ben Ik nu echt in vorm. De ene bocht gaat nog beter dan de andere. Nog ruim voor de top duik ik op de bumper van het autootje. Stelletje mietjes! Of nee, wacht eens even. Het zijn politieagenten.

Schijnheilig blijf ik achter de auto rijden. Die gaat al gauw naar de kant en de chauffeur gebaart me te passeren. Ik kruip er verbouwereerd langs en dat was dat.

Na nog eens een twintig haarspeldbochten ga ik over de 2000 m grens en zit ik middenin winterwonderland - een brede boomloze vallei met aan weerszijden besneeuwde bergenSS. Het gebied heeft de puurheid en frisheid van de hoge Alpen, maar tegelijkertijd ligt er een warm Spaans laagje overheen. En dat bezorgt me steeds opnieuw een aangenaam prikkeling. 'Verdomme, wat is de wereld hier toch weer mooi,' hoor ik mezelf zeggen.

Op het hoogste punt, Port de la Bonaigua (2072), heb ik een prachtig uitzicht op de zuidelijkste gletsjer van Europa, op Frankrijk en op de Pico de Aneto, met 3404 m de top van de Pyreneeën.

Op de weg moet ik slalommen om koeien- en paardenmest te ontwijken en daarna de beesten zelf. Sommige paarden zijn hondsbrutaal. Een merrie dwingt me tot stoppen en begint aan mijn topkoffer te knagen. Even verderop springt een jonge ree voor mijn wiel. Ik mis hem op een haar na. Boven me zullen de roofvogels mopperen.

Leven in een lage versnelling

De weg naar Castajon de Sos is minder breed, heeft patchwork asfalt en een paar bochten waarin ik me bijna verslik. Ook de huizen, de weiden en het groen zijn hier niet zo geknipt en geschoren als hiervoor. Een enkele keer steekt een gigantische schappenkudde over. Dit is Aragón en niet meer het strakke Catelonië. Hier draait het leven in een lage versnelling. Meer ontspannen, minder regels.

Aragón is ook het hart van de Pyreneeën. Hier vind je de hoogste toppen en het mooiste nationale park: Ordesa y Monte Perdido. In de noordoosthoek van dit park loopt een afgelegen weg tot aan de voet van de majestueuze bergen.

Daar staat ook de afgelegen Parador Monte Perido. Het hotel is aan drie kanten ingeklemd door bergen die een kilometer of meer omhoog rijzen. Langs de steile wanden storten talloze watervalletjes het dal in, waar ze de Rio Cinca vormen.

Af en toe hoor ik een lawine van sneeuw of stenen. En voor me, op het balkonterras, staat een glas bier. Wat een ligging, wat een uitzicht! Dat vond de UNESCO ook en plaatste de hele omgeving op de Werelderfgoedlijst.

Slapen in de parador is echter redelijk aan de prijs. Een veel voordeliger, maar ook prettig hotel vind je in Ainsa, 30 km onder Bielsa.

< 4/8 >