
Ik ga naar het prachtstadje Potés, om het klooster Santo Toribio uit de zevende eeuw te bezoeken. Een must voor elke pelgrim, want hier wordt in een zilveren crucifix een deel van het Heilig Kruis bewaard.
Ik loop de kloosterkerk in en zie boven het donkere altaar het grote kruis. Tralies zorgen ervoor dat ik niet dichterbij kan komen dan een meter of tien. Bij het hekwerk staan enkele kastjes waar je euro's in kunt werpen. Een voor het licht en de andere voor het altaar, lijkt de tekst te zeggen. Ik stop een euro in het 'licht' kastje en wacht gespannen af. Er gebeurt niets. Mijn tweede munt gaat in het andere kastje. Weer niets. Teleurgesteld doe ik mijn beklag bij het enige levende wezen dat ik kan vinden, een oude zuster in het souvenirwinkeltje naast de kerk.
'De kastje van de licht, hij niet werken!' zeg ik in mijn beste Spaans.
'Bijna kwart voor drie, meneer,' antwoordt de non.
Net als ik het op wil geven, zie ik naast de kassa eenzelfde kastje staan. En dan begrijp ik het pas. Ik heb geld in een collectebus geworpen, niet in een automaat. Maar mijn oppervlakkige Playstation-geest verkeerde in de veronderstelling dat me een lichtshow stond te wachten, met een muziekje erbij, beetje rook over de vloer en dansende nonnen misschien. Voor spirituele ernst heb ik te weinig gevoel, vrees ik.