4  De ijzige macht | Strynefjell

Oud Strynefjellweg

"Vandaag zag ik in een koudgrijs licht
de ijzige macht van de hoge bergen
en bevroor van het zicht."

De Noorse dichter Bjørnstjerne Bjørnson schreef deze regels in 1896 na een rit over de Strynefjellweg, die toen twee jaar oud was. Zoals de meeste passanten was de toekomstig Nobelprijswinnaar razend enthousiast - 'Geweldig! Onbeschrijfelijk!' vond hij. Nog nooit had een doorgaande weg een zo hooggelegen gebied ontsloten. Dat je 's zomers met de paardenwagen of de eerste auto tussen gletsjers en besneeuwde bergen reed was niet minder dan een wonder.

Een kleine 110 jaar later bereik ik vanuit Stryn het begin van het wonder, dat sinds 1978 de Gamle (oude) Strynefjellveg heet. In dat jaar werd namelijk een nieuwe weg met tunnels geopend. De 'Oude' is daar nu een afslag van, die ik bijna over het hoofd zie, zo onbeduidend lijkt het weggetje. Een week geleden hebben bulldozers de sneeuw van de weg geschoven, waardoor ik nu mijn Aprilia Caponord via vlijmscherpe haarspeldbochtjes naar boven kan sturen.

Langs het brokkelige asfalt staan geen vangrails, maar de originele rechtopstaande steentjes uit 1894. De weg ziet er zo 19de-eeuws uit, dat ik de paarden die hier karrenvrachten vol lyrische schrijvers, componisten en schilders de berg ophezen, bijna voor me zie zwoegen.

Na de klim kom ik in een smal dal met aan weerszijden mastodonten van bergen. Toendramossen en lupinen kleuren de bodem bruingroen en paars. Het is de inleiding tot pure grimmigheid. Die begint aan het eind van het dal waar een rivier oorverdovend hard omlaag komt. De weg klimt hier naar een hoogte van een kilometer en ineens zit ik tussen de sneeuwwallen. Wolken hangen over de weg en kou blaast in mijn nek. Hieraan dacht de dichter vast toen hij schreef dat hij 'bevroor van het zicht'.

Door de kou voel ik hoe kleddernat mijn onderkleding is. Als ik stop om mijn T-shirt uit te trekken, hoor ik in de verte een motor naderen, mijn eerste tegenligger. Het is oude Goldwing met een bejaarde Engelsman erop. 'Heb je zonnebrandolie nodig?' vraagt hij als ik met ontbloot bovenlijf in de mistflarden sta. En of ik van plan ben door te rijden. 'Mij best, hoor. Maar het is goed klote verderop. Klei! Je glibbert alle kanten op.' Hij vertelt dat hij twee uur is hij bezig geweest om de 400 kilo Goldwing overeind te houden. Dat komt neer op een gemiddelde snelheid van 5 km/h. Oeps. 'Success, mate. Ik ga een warme pub opzoeken.'

IJsblok

Voorbij een zomerski-resort zie ik wat de Engelsman bedoelt. Het asfalt houdt op en zompig onverhard wegdek begint. Er zit wat spoorvorming in, maar echt glibberig lijkt het niet. 'Niks aan de hand,' zeg ik hardop en schakel weer naar de derde versnelling. In de eerste de beste flauwe bocht besef ik dat dit beroemde laatste woorden zijn. Zonder aankondiging schuif ik naar markeringsteentjes aan de kant. Erachter zie ik een afgrond van een meter of tien die eindigt in de ijsschotsen van het Langevatmeer.

spiegelglad

In tekenfilms zou nu een ziekenhuisscène volgen waarin doktoren mij en de Aprilia uit een ijsblok bikken. Maar om onverklaarbare redenen krijg ik de slingerende motor op het randje van de afgrond tot stilstand. Ik hang over de tank en voel een pijnscheut in de onderbuik. Geen idee wat me is overkomen: als een kat die na een bezoek aan de dierenarts naar de pleister tussen zijn poten kijkt.

Als ik laag in de tweede versnelling mijn glibberige weg vervolg, is de omgeving veranderd. De wakken in het water van het Langevatnet zijn zuigende zwarte gaten geworden. De roep van een arend klinkt als sarcastisch gelach. De stenen wegmarkeringen lijken op grafzerken met mijn naam erop. De rust is omgeslagen in totale eenzaamheid, maar op een vreemde manier geniet ik er van.

Na een kilometer of acht glijden, neemt de regen af en wordt de weg beter. De scherpe bergen hebben plaatsgemaakt voor stompe en het uitzicht is weidser. Dit is het landschap van Oost Noorwegen. Bij het groenblauwe Heilstugumeer keert ook de kleur terug in het landschap.

Aan de overkant van dit meer zijn resten te vinden van een Duitse Heinkel die hier in 1940 door RAF-vliegtuigen uit de lucht werd gehaald. Een monumentje aan de kant van de weg herinnert eraan. Voor mij hoeft er vooralsnog geen monument wegens neerstorten te worden geplaatst. De laatste kilometers onverhard zijn beter te doen.

De RV258 is een van de vier huidige Nationale Toeristische Routes.

10   9   8   7   6   5   4   3   2   1