
Niemand stapt in of uit als de trein van 14.07 uur stopt bij het stationnetje van Kopparberg. Niemand, behalve ik. En eigenlijk moet ik hier niet eens zijn. Ik ben op weg naar het dorpje Hjulsjö, een kilometer of twintig hier vandaan. Daar ligt het paradijsje waar de Elly en Jan van der Hart uit Voorne-Putten al twintig zomers naar toe gaan.
Voor het onderwijzerspaar is het de mooiste plek ter wereld. Maar hoe kom ík in het paradijs? Een taxi zie ik niet en de laatste bus vertrok volgens de dienstregeling vier uur geleden.
'Ik heb hier nog nooit een bus heb gezien', weet de enige inwoner van Kopparberg die ik kan ontdekken - een papperige jongen met een bloederig hardrock T-shirt, een baseballcap en een fles bier. 'Maar ik breng je wel', zegt hij terwijl hij zich uit de laagste stand van zijn vouwstoel hijst. 'want ik heb vandaag nog geen goede daad verricht.'