Auto total loss

In een bumperloze, zwartgeverfde Volvo uit 1971 gaan we op weg. Met de elleboog uit het raam rijden we door bossen, langs heuvels en meertjes. Het is zonnig, een graad of dertig en erg rustig. Een beetje verlaten zelfs.

'Is er nog wat te doen in Kopparberg?' vraag ik mijn chauffeur.

'Op een stoel zitten', zegt hij, 'bier drinken en af en toe een sollicitatiebrief schrijven. Op zaterdagavond ga je met vrienden naar Örebro. En op de terugweg knal je met je auto tegen een eland. Dat is wat je hier kan doen. Een maand geleden gebeurde het me weer. Auto total-loss. Eland dood.'

Een Johnson of en Volvo?

De hardrocker rijdt behoedzaam traag. Hij is bedacht op overstekend wild of bang dat hij de bewegwijzering naar mijn bestemming over het hoofd ziet. 'Hjulsjö, hè?' vraagt hij af en toe. Hij weet niet zeker of hij goed rijdt. Hij is er nog nooit geweest.

Een kerk, een winkel, vijf huizen en een bord. Hjulsjö. Na drie kwartier zoeken, hebben we het toch nog gevonden. Ik neem afscheid van de jongen en bel vanuit de winkel mijn gastgezin, dat nu dichtbij moet zitten.

Aan het assortiment van het volgepropte zaakje zie ik hoe diep ik het platteland ben binnengedrongen. Naast geconserveerde levensmiddelen ontdek ik wol in alle kleuren, hengels, speelgoed, puzzelgidsen en damesromans. Aan het plafond hangen reddingsvesten en een kinderfiets. Zou je de caissière vragen om een buitenboordmotor, dan zou ze zonder blikken of blozen antwoorden: 'Een Johnson of een Volvo?'

< 3/7 >