Vanaf Gränna vertrekt een veerboot naar het eiland Visingö, waar een plaatselijke hoteleigenaar jaarlijks een Harley-parade organiseert die veel HOG's aantrekt. Zweden is sowieso een land dat goed ligt bij Harley-rijders. Met zijn eindeloze, rustige wegen is het net als bijvoorbeeld Canada typisch een land om te cruisen in plaats van te jakkeren.

Een kleine veertig kilometer boven Gränna ligt het Omberg-natuurreservaat, dat bij de plaatselijke motorclubs een zekere reputatie heeft. Een smal en nogal bochtig bosweggetje dat naar een hoogte van ruim 200 meter klimt, verklaart waarom. Hier word ik getrakteerd op weids uitzicht over het Vättern dat pal onder me tegen de rotsen kabbelt. Schuin aan de overkant zie ik Karlsborg liggen, mijn volgende overnachtingplaats. Hemelsbreed nog geen 40 km, maar over de weg 130 km.

De eerste 80 daarvan gaan wat van de kust af en dreigen in dichterbevolkt gebied een beetje vervelend te worden. Maar zodra ik de noordelijke punt van het Vattern voorbij ben, ligt er zwart en stil slingerasfalt voor me met een aantal afslagen naar leuke strandjes.

Russen

Karlsborg dankt zijn naam aan een enorm fort (borg) waaraan de Zweden bijna een eeuw gebouwd hebben om zich tegen een mogelijke aanval van Russen te verdedigen. Toen het in de Eerste Wereldoorlog zijn voltooiing naderde, bedacht men dat Rusland toch wel heel ver weg was en werd de bouw stopgezet. Maar het is nog altijd een legerbasis en je mag er nog inkomen ook.

Dwars door Karlsborg loopt het beroemde Götakanaal dat het Vättern met het grootste meer van Zweden - het Vänern - verbindt. Bij de sluizen van het kanaal ligt het schitterende Kanalhotel. Ik zou het van harte willen aanbevelen, maar of motorrijders er na mijn bezoek welkom zijn, valt te betwijfelen. In de mooiste kamer van het vermaarde hotel krijg ik het namelijk voor elkaar een bijna volle literfles motorolie over de houten vloer om te keren. Leg dat de volgende morgen maar eens uit bij de stomverbaasde receptie. 'Motorolie? Op uw kamer? Wat was u van plan?'